Het korte antwoord: de meeste egalines werken van 1 tot 30 mm, en over het hele assortiment loopt het bereik van 1 mm tot 100 mm. De maximale dikte staat altijd op de zak en verschilt per product. Wat je daar precies mee moet, en wat er misgaat als je erboven of eronder gaat zitten, staat hieronder.
Laagdikte per product
| Laagdikte | Product | Bindmiddel |
|---|---|---|
| 1 tot 15 mm | Atlas SMS 15 | cement |
| 2 tot 20 mm | Quartzline Alpha SL 2-20 | gips |
| 3 tot 30 mm | Atlas SMS 30 | cement |
| 3 tot 30 mm | Atlas ZW 330, ook op de wand en buiten | cement |
| 5 tot 30 mm | Atlas SAM 100 | gips |
| 5 tot 40 mm | Quartzline SL 5-40F, vezelversterkt | cement of gips |
| 3 tot 60 mm | Atlas SMS 60 Ultra | cement |
| 20 tot 60 mm | Atlas MMS 60, voor vloerverwarming | hybride |
| 10 tot 80 mm | Atlas Postar 80 | cement |
| 10 tot 100 mm | Atlas Postar 60, ook buiten | cement |
Waarom er een minimale dikte is
Een egaline heeft massa nodig om zijn sterkte te halen. Onder de opgegeven ondergrens is de laag te dun om goed door te harden en om de spanning uit de ondergrond op te vangen. Je krijgt dan een broze laag die bij puntbelasting stukdrukt, en in de dunne uitlopers langs de randen zie je dat het eerst.
Praktisch betekent dit iets belangrijks: als je vloer op één plek 12 mm afwijkt, giet je niet 12 mm in dat kuiltje en 0 mm daarnaast. Je giet over het hele vlak, met de minimale dikte als startpunt op het hoogste punt. Meet dus eerst het hoogteverschil met een rei van twee meter en tel de minimale laagdikte daarbij op.
Waarom er een maximale dikte is
Een te dikke laag droogt van boven naar beneden. De bovenkant sluit zich terwijl het onderin nog nat is. Dat geeft twee problemen: het onderste deel hardt niet goed door, en de laag krimpt ongelijk, wat krimpscheuren oplevert. Bij een flink te dikke laag kun je er dagen later doorheen zakken terwijl het oppervlak er droog uitziet.
Boven het maximum van je product heb je twee opties. Je werkt in twee lagen, waarbij je de eerste laag volledig laat drogen en opnieuw primeert voordat de tweede erop gaat. Of je stapt over op een gietmortel of vloeibare dekvloer, die vanaf ongeveer 30 mm de betere en vaak goedkopere keuze is.
Hoe dik onder pvc, laminaat, parket en tegels?
De afwerking bepaalt niet de laagdikte, maar wel de vlakheid die je moet halen. En hoe strenger die eis, hoe eerder je aan een egaline toekomt.
- Pvc en vinyl zijn het meest kritisch. Ze zijn dun en soepel, dus elke oneffenheid tekent zich af in de vloer. Reken op minimaal 2 tot 3 mm over het hele vlak, en op een volledig geprimerde, kurkdroge ondergrond. Zie een pvc-vloer lijmen.
- Laminaat en klikvloeren liggen zwevend op ondertapijt en zijn iets vergevingsgezinder, maar een holle plek geeft loopgeluid en op termijn kapotte klikranden.
- Parket vraagt een vlakke, droge en draagkrachtige ondergrond; volg hier altijd de eis van de parketleverancier.
- Tegels zijn het minst kritisch, omdat je kleine verschillen met de tegellijm kunt opvangen. Voor grootformaat tegels geldt dat maar beperkt.
Ga je over een bestaande tegelvloer heen, houd dan minimaal 3 mm egaline boven de tegel aan zodat de voegen niet terugkomen in het eindresultaat, en gebruik eerst een contactprimer. Zie een tegelvloer egaliseren.
Hoe dik bij vloerverwarming?
Hier telt niet de laagdikte maar de dekking boven de buizen. Reken op minimaal 25 tot 30 mm materiaal boven de bovenkant van de leiding. Blijf je daaronder, dan krijg je strepen in de warmteafgifte en een grotere kans op scheuren precies boven de buis.
Ligt er al een dekvloer met vloerverwarming en wil je alleen vlakker maken, dan meet je vanaf het bestaande oppervlak en gelden de normale laagdiktes. Ga je vloerverwarming in een bestaande vloer frezen, lees dan egaliseren na het frezen van vloerverwarming.
En de dikte van tegellijm?
Een tegellijm is geen egaline en je gebruikt hem niet om hoogteverschillen weg te werken. De lijmlaag ligt meestal tussen 2 en 10 mm, afhankelijk van de tanding van je lijmkam en het tegelformaat. Reken op ongeveer 1,3 tot 1,5 kg per m² per millimeter lijmlaag.
Is je ondergrond te ongelijk om met de lijm op te vangen, egaliseer dan eerst. Dikkere lijm compenseert geen slechte vloer: je krijgt er holle plekken onder de tegel van, en juist daar breekt hij later.
Hoeveel materiaal heb je nodig?
Vermenigvuldig het oppervlak met de laagdikte in millimeters en met het verbruik van het product. Een cementgebonden egaline zit rond 1,65 kg per m² per mm, een gipsgebonden op 1,6 tot 1,8, en een dekvloer op ongeveer 2,0. Voor 30 m² bij 3 mm kom je zo op ongeveer 150 kg, oftewel zes zakken van 25 kg.
De rekenhulp doet dat in een paar stappen, inclusief de primer. En houd het gewicht in de gaten: een dekvloer van 5 cm weegt ongeveer 100 kg per vierkante meter, wat op een houten of verdiepingsvloer een constructieve vraag wordt.
Kort samengevat
- De meeste egalines werken van 1 tot 30 mm; het hele assortiment loopt tot 100 mm.
- Onder de minimale dikte hardt de laag niet goed door en wordt hij bros.
- Boven de maximale dikte krijg je krimpscheuren of een laag die onderin nat blijft.
- Meet het hoogteverschil met een rei van twee meter en tel de minimale laagdikte erbij op.
- Bij vloerverwarming telt de dekking boven de buizen: 25 tot 30 mm.
- Meer dan ongeveer 30 mm te overbruggen? Dan is een dekvloer sterker en voordeliger.
Het volledige aanbod staat bij egaline. Twijfel je over de keuze, lees dan welke egaline past het beste bij mijn project.