Een wand plaatsen en dichtzetten
Voordat je gaat stucen of schilderen moet de wand er staan. Welk product je nodig hebt volgt uit waar de wand van gemaakt is.
- Cellenbetonblokken metselen: Atlas KB-15, een dunbedmortel in categorie M-5. Je lijmt in een dun bed, dus de blokken moeten strak op maat liggen.
- Gipsplaten op een bestaande wand lijmen: Atlas Bonder+, vezelversterkt, met een lijmbed van ongeveer 10 tot 12 mm en een verbruik van circa 5 kg per m². De werkwijze staat in gipsplaten lijmen.
- Een ruwe wand vlak pleisteren: Atlas Plastering Mix M, een cementpleister van 6 tot 30 mm die je ook machinaal kunt spuiten.
- Afwerken tot een glad vlak: Atlas Gipsar GO! Finish, een gebruiksklare afwerkpleister in 1 tot 3 mm.
Voorbereiden en afwerken
Een goede voorbereiding bepaalt het resultaat. Zorg voor een schone, droge en stofvrije ondergrond, herstel beschadigingen en breng een passende primer aan; op sterk zuigend metselwerk voorkomt dat dat de pleister te snel indroogt. Werk daarna verder met de stucmaterialen of, als het vlak al glad is, direct met latex verf.
Een plafond werk je af met een roller op een verlengsteel, in goede lichtval zodat je geen plekken mist. In vochtige ruimtes kies je schimmelbestendige producten en zorg je voor ventilatie; in een doucheruimte hoort er een waterafdichting onder het tegelwerk.
Laat elke laag voldoende drogen: een afwerkpleister is na ongeveer zes uur schuurbaar, een dikke pleisterlaag heeft dagen nodig. Het gereedschap staat bij wandgereedschap.
De ondergrond bepaalt de aanpak. Op beton en cellenbeton werk je met een cementgebonden pleister, op gipsplaat en gipsblokken met gipsgebonden producten. Bij een renovatie begin je met het verwijderen van los materiaal en het herstellen van gaten; een kleine reparatie in bestaand stucwerk kun je vaak plaatselijk aanhelen zonder de hele wand opnieuw te doen.