De opbouw van een gestucte wand
Een strakke binnenwand ontstaat in lagen, en elke laag heeft zijn eigen product.
- Voorbehandeling. Een stucprimer als EURO-GRUNT 300 op de kale wand voor een gelijkmatige hechting, zodat de pleister niet te snel indroogt. Stof de wand eerst goed af.
- Pleisterlaag. Cementpleister voor het grove werk en voor grote oneffenheden, in 6 tot 30 mm, ook machinaal aan te brengen.
- Vullen en voegen. Bij gipsplaat: een gipsvuller of vulpasta voor de naden en de schroefgaten. Zonder voegband werk je met SMIG C-50.
- Afwerklaag. Een gebruiksklare stucpasta als Atlas GTA Finish in een dunne laag tot 3 mm, die je met de stucspaan spiegelglad zet en daarna schildert of behangt.
Welk product bij welke ondergrond
De keuze hangt af van de ondergrond en het gewenste eindresultaat. Op beton en bestaand stucwerk kun je vaak direct met een afwerkpleister aan de slag; een ruwe of beschadigde wand vraagt eerst herstel met een reparatiemortel of een pleisterlaag.
De afwerkpleisters zijn er in verschillende smaken: met de roller aan te brengen, extra wit zoals Megaron DV-20 Super Finish, of sneldrogend zoals Atlas Rapid Finish. Ze doen alle drie hetzelfde werk; het verschil zit in de verwerking.
Tips
Werk met het juiste wandgereedschap, waaronder een stucspaan en een troffel. Laat elke laag voldoende drogen voordat je verder gaat en schuur de afwerklaag pas als hij helemaal hard is. Ga je gipsplaten op de wand lijmen, lees dan gipsplaten lijmen.
Herstel scheuren in de muur voordat je gaat pleisteren en maak een sterk zuigende wand licht vochtig, zodat de pleister niet te snel indroogt. Welke afwerking het beste past hangt af van het eindresultaat: een sausklaar vlak om te schilderen vraagt een fijnere pasta dan een wand die behangen wordt. Werk met schone spanen en laat elke laag voldoende drogen.