De opbouw van een wand
Net als bij een vloer ontstaat een strakke wand in lagen, en elke laag heeft zijn eigen product.
- Ondergrond. Metselwerk, beton, gipsplaat of cellenbeton. Blokken en platen zet je met de lijmen uit Wand & Plafond.
- Voorbehandeling. Een primer of stucprimer zorgt voor hechting en voorkomt dat de pleister te snel indroogt.
- Pleisteren en vullen. Cementpleister voor het grove werk, gipsvuller voor naden en schroefgaten, een afwerkpleister tot 3 mm voor het gladde vlak. Alles staat bij stucmaterialen.
- Schilderen of behangen. Grondverf en daarna latex verf, in de glansgraad die bij de ruimte past.
Gaat er tegelwerk op de wand, dan sla je het stucwerk over en werk je met tegellijm. In een doucheruimte gaat daar eerst een waterafdichting onder.
Stucen, schilderen of tegelen
Welke route je kiest hangt af van de ruimte. In een woonkamer of slaapkamer stuc je en schilder je; in een badkamer of keuken tegel je de natte zones en schilder je de rest met een schrobvaste verf. Vochtige ruimtes vragen bovendien om schimmelbestendige producten en goede ventilatie.
Reken bij verf op 7 tot 10 m² per liter per laag en op twee lagen voor een dekkend resultaat. Bij stucwerk is de droogtijd bepalend: een afwerkpleister is na ongeveer zes uur schuurbaar, een dikke pleisterlaag heeft dagen nodig, ongeveer een week per centimeter, voordat je gaat schilderen.
Gereedschap en tips
Het juiste wandgereedschap, met rollers en kwasten, staat in de gereedschapscategorie. Ga je gipsplaten lijmen, lees dan gipsplaten lijmen; voor het waterdicht maken van een wand zie muren waterdicht maken, en voor het voegen van metselwerk hoe moet ik een muur voegen.
Kleine reparaties doe je voordat je gaat afwerken: vul scheuren en gaten, schuur de plek glad en breng er een primer op aan. Een wand die je daarna schildert laat elk oneffen plekje zien, dus de tijd die je in het herstel steekt zie je terug in het eindresultaat.