De opbouw van een vloer
Een vloer bestaat uit lagen die elk hun eigen functie hebben. Van onder naar boven ziet dat er zo uit.
- Dekvloer. Het dragende deel, vanaf ongeveer 30 mm. Dat is een gietmortel, vloeibaar zandcement of een stijfplastische cementdekvloer uit de categorie mortel.
- Herstel. Gaten, sleuven en gefreesde vloerverwarming vul je met een reparatiemortel.
- Primer. Een primer bindt het stof en remt de zuiging.
- Egaline. De egaline maakt het vlak waar de afwerking op komt, van 1 tot ongeveer 40 mm.
- Afwerking. Tegels met tegellijm, of pvc en vinyl met pvc-lijm.
In een natte ruimte komt er tussen egaline en tegels nog een waterafdichting.
Restvocht, droogtijd en vloerverwarming
De meeste problemen in een vloer komen niet uit het materiaal maar uit de tijd. Een verse dekvloer bevat vocht dat eruit moet voordat je een dampdichte afwerking legt. Reken bij een traditionele zandcementdekvloer op ongeveer een week per centimeter dikte onder normale omstandigheden, en meet het restvocht als je pvc, parket of een gietvloer gaat leggen.
Ligt er vloerverwarming, houd dan de voorgeschreven dekking boven de buizen aan, meestal 25 tot 30 mm, en stook op volgens het opstookprotocol voordat je afwerkt. Schakel de verwarming uit bij het egaliseren; de vuistregel is minimaal 48 uur voor, tijdens en na het aanbrengen.
Wat je nodig hebt
Hoeveel zakken je nodig hebt, rekent de rekenhulp uit, inclusief de primer. Het gereedschap voor het werk staat bij vloergereedschap: mengemmer, mengstaaf, rakel, prikroller en prikschoenen. Werk je vaker of in grotere hoeveelheden, kijk dan bij zakelijk bestellen.
Het bindmiddel van de bestaande vloer bepaalt wat erop mag. Op zandcement en beton werk je cementgebonden; ligt er anhydriet, oftewel een calciumsulfaatdekvloer, kies dan gipsgebonden en schuur eerst de sinterlaag weg. Twee verschillende bindmiddelen op elkaar werken en drogen anders, en dat geeft spanning op de overgang.